Herstel na een polsbreuk
Een polsbreuk zet je dagelijks leven even op zijn kop, en het duurt voordat je hand weer doet wat je wilt. Dat dit ongeduldig of onzeker maakt is heel normaal. De meeste mensen herstellen een goede functie, en je kunt daar zelf veel aan bijdragen.
Wat is het?
Een polsbreuk (distale radiusfractuur) is een breuk van het spaakbeen, vlak bij de pols. Het is de meest voorkomende breuk van de arm. Bij oudere mensen is het vaak een teken van botontkalking. Ongeveer de helft van de vrouwen boven de 50 jaar krijgt op enig moment zo'n breuk door botontkalking. De breuk wordt behandeld met gips of soms met een operatie, waarbij een plaatje de botten op hun plek houdt. Het herstel daarna begint eigenlijk al meteen: door de vrije gewrichten te bewegen voorkom je stijfheid.
Is het ernstig?
De breuk zelf geneest bij de meeste mensen goed. Toch is het belangrijk om een paar signalen te kennen.
Wanneer bel ik mijn huisarts?
Neem spoedig contact op met je huisarts als je je acuut ernstig ziek voelt.
Bel vandaag nog je huisarts of behandelaar als:
- je toenemende pijn hebt;
- je veel zwelling hebt;
- je vingers gevoelloos worden of tintelen;
- je pijn hebt die veel heftiger is dan je zou verwachten.
En denk eraan: een polsbreuk kan een eerste teken van botontkalking zijn, dus laat je botten en je valrisico controleren.
Hoe lang duurt het?
Reken op weken tot maanden. Pijn, stijfheid en wat krachtsverlies kunnen een tijd aanhouden, ook als het bot al genezen is. Bij behandeling met gips schuift de breuk bij ongeveer 1 op de 4 mensen toch nog iets, daarom maakt de arts controlefoto's. Bij veel mensen komt de functie geleidelijk terug. Actief oefenen helpt dat proces, en geduld hoort erbij. Een valse belofte doen we niet, maar somber hoeft het ook niet.
Wat kan ik doen?
Het herstel komt vooral van zelf oefenen. Beweeg vanaf het begin je vingers, elleboog en schouder om stijfheid te voorkomen, en houd je hand geregeld hoog tegen de zwelling. Voor een ongecompliceerde breuk werkt een goed uitgelegd oefenprogramma thuis op de langere termijn net zo goed als fysiotherapie op afspraak; in de eerste weken herstel je met begeleiding wat sneller, vooral als je ouder bent. Begeleiding is dus vooral nuttig in het begin, als het herstel tegenvalt, bij ouderen, of als er andere klachten spelen. Apparaten zoals ijs, magneetveld of ultrageluid voegen weinig toe. Lukt het oefenen even niet? Dat is niet erg, je fysiotherapeut of handtherapeut helpt je op weg. Zet vandaag één stap: vraag je fysio- of handtherapeut om een oefenprogramma met duidelijke uitleg dat je zelf thuis kunt doen.
Stap voor stap komt je hand weer terug, en je hoeft dit niet alleen uit te zoeken.
Zelf aan de slag
Voor je fysiotherapeut
Bekijk de onderbouwing (Evidence-Based Guidance)Dit is algemene uitleg. Heb je klachten? Praat dan met je fysiotherapeut of dokter.
Geschreven door Rik van Schaik, fysiotherapeut en manueel therapeut, BIG-nummer 59909785704. Gebaseerd op Evidence-Based Guidance IMEG 5203.