Revalidatie na distale radiusfractuur
International Musculoskeletal Evidence-Based Guidance — IMEG nr. 5203 · Regio pols/hand · concept v0.2
- DCSPH-diagnosecode
- 5236 · Handwortel / polsgewricht (inclusief weke delen): Fracturen
Indicatief, geen declaratie-advies. DCSPH is een declaratiecodelijst en onderscheidt onze aandoeningen niet altijd: verschillende documenten kunnen dezelfde code dragen. Welke code u declareert bepaalt u op grond van uw eigen bevindingen. Bron: Vektis-codelijst CL0024-ZN, geldig vanaf 1 januari 2025.
Deel A — Klinische evidence-synthese
1. Samenvatting en kernaanbevelingen
De distale radiusfractuur (DRF) is de meest voorkomende fractuur van de bovenste extremiteit en vaak een fragiliteitsfractuur bij oudere vrouwen. Deze Guidance richt zich op de revalidatie na conservatieve of operatieve behandeling. De kern: actieve oefening is de motor van het herstel. Voor ongecompliceerde fracturen is een goed geïnstrueerd gestructureerd huisoefenprogramma even effectief als begeleide fysiotherapie; begeleide therapie is vooral zinvol bij complicaties, comorbiditeit of achterblijvend herstel. Manuele technieken (mobilisatie-met-beweging, manuele lymfedrainage) kunnen aanvullend helpen. Passieve modaliteiten (PEMF, ijs, ultrageluid, pneumatische compressie) voegen weinig toe en worden niet routinematig aanbevolen. Bij ouderen zijn operatie (volaire plaat) en gips beide acceptabel; de verschillen zijn statistisch maar zelden klinisch relevant. Elke DRF is bovendien een kans voor osteoporose- en valpreventie.
| ID | Interventie | Kernaanbeveling | Tier |
|---|---|---|---|
| Begeleide FT vs huisoefening | Huisoefening volstaat bij ongecompliceerd | B | |
| Vroege (hand)therapie | Zinvol bij beperkingen/complicaties | C | |
| Manuele therapie (MWM/MLD) | Aanvullend te overwegen | C | |
| Passieve modaliteiten | Niet routinematig | C | |
| Operatief vs conservatief (ouder) | Beide acceptabel; gedeeld besluit | B |
Richtlijnverankering (zie sectie 28). Vier richtlijnen dragen dit document en de uitkomst is ongemakkelijk maar eenduidig: DRIE onafhankelijke richtlijnen uit drie landen ondersteunen ROUTINEMATIGE verwijzing naar fysio- of handtherapie na een distale radiusfractuur NIET. De AAOS/ASSH (2020): 'Inconsistent evidence suggests no difference in outcomes between a home exercise program and supervised therapy' [R2]. De Nederlandse richtlijn (2021), mede opgesteld en onderschreven door het KNGF en de Nederlandse Vereniging voor Handtherapie zelf: 'Verwijs niet standaard naar een fysiotherapeut/handtherapeut na een distale radius fractuur' [R3]. De BOA/BSSH (VK): onvoldoende bewijs dat formele therapie de functie beter herstelt dan een thuis- of groepsprogramma bij ongecompliceerde fracturen (Level 1) [R4]. Maar dat is niet hetzelfde als 'therapie werkt niet', en de JOSPT/APTA-CPG (2024) — de enige die specifiek over revalidatie gaat — wijst aan wie wél baat heeft: begeleide therapie van minstens één sessie per week voor 60-plussers en voor patiënten met complicaties of comorbiditeit (graad B), terwijl het bewijs voor jongere, ongecompliceerde patiënten expliciet TEGENSTRIJDIG is (graad D) [R1]. Diezelfde CPG geeft graad A voor vroege therapie (actieve mobiliteit van hand, pols én schouder plus lichte dagelijkse activiteit binnen drie weken na operatief herstel) en graad A voor de rol van de therapeut als primaire instructeur van het thuisprogramma. Dit document is daarop herzien naar een gefaseerd model: instructie voor iedereen, begeleide therapie op indicatie in plaats van routinematig. Geen tier gewijzigd. [CONSENSUS]
Dit deel is voor zorgprofessionals
De volledige Evidence-Based Guidance (Graded) lees je met een account voor zorgprofessionals. Het overzicht van alle aandoeningen blijft vrij toegankelijk.
- Per aandoening de volledige synthese, gegradeerd op bewijskracht.
- Eén account, direct toegang; verificatie van je BIG-nummer is alleen nodig als je patiënten wilt koppelen.
Ben je patiënt? Op de klachtpagina's staat dezelfde inhoud in gewone taal.