INEG 1001

Vestibulaire revalidatie en benigne paroxismale positieduizeligheid (BPPV)

International Neuro Evidence, Graded — INEG nr. 1001 · gegradeerde evidence-synthese

DCSPH-diagnosecode
1070 · Achterzijde hoofd: Perifere zenuwaandoening

Indicatief, geen declaratie-advies. DCSPH is een declaratiecodelijst en onderscheidt onze aandoeningen niet altijd: verschillende documenten kunnen dezelfde code dragen. Welke code u declareert bepaalt u op grond van uw eigen bevindingen. Bron: Vektis-codelijst CL0024-ZN, geldig vanaf 1 januari 2025.

Deel A — Klinische evidence-synthese

A1 · Inleiding, reikwijdte en vraagstelling

Duizeligheid van vestibulaire oorsprong is een frequente, invaliderende klacht die de balans, de blikstabilisatie en de kwaliteit van leven aantast. Twee entiteiten domineren de fysiotherapeutische praktijk: benigne paroxismale positieduizeligheid (BPPV) en unilaterale perifere vestibulaire dysfunctie (UPVD). BPPV is een van de meest voorkomende oorzaken van perifere vertigo en wordt gekenmerkt door kortdurende draaiduizeligheid bij snelle veranderingen van de hoofdpositie, doorgaans door losgeraakte otoconia in een booggang [6,10]. UPVD ontstaat door ziekte, trauma of postoperatief en uit zich in duizeligheid, blik-/visusstoornissen en balansverlies [1].

Deze synthese richt zich op de niet-farmacologische, fysiotherapeutische behandeling: canalith-repositiemanoeuvres bij BPPV en vestibulaire revalidatie (gaze-stability/VOR-adaptatie, gewenning en balanstraining) bij UPVD. De reikwijdte omvat volwassenen met perifere vestibulaire klachten; centrale oorzaken vallen buiten scope maar moeten als differentiaaldiagnose worden uitgesloten (zie A11). De centrale vraag: welke fysiotherapeutische interventies verbeteren aantoonbaar duizeligheid, balans en functie bij BPPV en UPVD, en met welke bewijszekerheid? Uitwerking in vijf vooraf vastgelegde PICO's.

Het onderscheid tussen beide entiteiten stuurt de behandeling volledig. BPPV is een mechanisch probleem — otoconia op de verkeerde plaats — en vraagt om een mechanische oplossing: een repositiemanoeuvre die de deeltjes terugbrengt naar de utriculus. UPVD is een functioneel tekort dat vraagt om neurale adaptatie en compensatie, opgewekt door herhaalde, gedoseerde blootstelling aan beweging. Deze twee logica's — reponeren versus trainen — vormen de rode draad door de vijf PICO's en verklaren waarom oefentherapie wél de kern is bij UPVD, maar bij ongecompliceerd BPPV ondergeschikt is aan de manoeuvre [1,6,10].

Dit deel is voor zorgprofessionals

De volledige Evidence-Based Guidance (Graded) lees je met een account voor zorgprofessionals. Het overzicht van alle aandoeningen blijft vrij toegankelijk.

  • Per aandoening de volledige synthese, gegradeerd op bewijskracht.
  • Eén account, direct toegang; verificatie van je BIG-nummer is alleen nodig als je patiënten wilt koppelen.
Inloggen of account aanmaken

Ben je patiënt? Op de klachtpagina's staat dezelfde inhoud in gewone taal.