Osteoporose: beweegprogramma's, fysiotherapie en fractuurpreventie
International Musculoskeletal Evidence, Graded — IMEG nr. 9307 · gegradeerde evidence-synthese
- Auteur
- R. van Schaik (fysiotherapie/manuele therapie). Herbouwd op de canonieke 28-sectiestructuur; voorganger v0.2 op het A/B-schema
- Bijgewerkt
- 2026-09-07
- DCSPH-diagnosecode
- 3924 · Gecombineerd Wervelkolom: Osteoporose
Indicatief, geen declaratie-advies. DCSPH is een declaratiecodelijst en onderscheidt onze aandoeningen niet altijd: verschillende documenten kunnen dezelfde code dragen. Welke code u declareert bepaalt u op grond van uw eigen bevindingen. Bron: Vektis-codelijst CL0024-ZN, geldig vanaf 1 januari 2025.
Deel A — Klinisch
1. Samenvatting en kernaanbevelingen
Beweging werkt bij osteoporose op twee fronten. Kracht- en impacttraining behoudt of verhoogt de botdichtheid: over 80 studies met 5581 postmenopauzale vrouwen verbetert oefening de botdichtheid van de lumbale wervelkolom (SMD 0,29; 95%-BI 0,16 tot 0,42), de femurhals (SMD 0,27; 95%-BI 0,16 tot 0,39) en de totale heup (SMD 0,41; 95%-BI 0,30 tot 0,52), onafhankelijk van botstatus, menopauzestatus en supervisie [9]; gecombineerde kracht-plus-impactprotocollen zijn het effectiefst (femurhals SMD 0,411; lumbaal 0,431), terwijl kracht alleen een niet-significant effect geeft [8]; en gesuperviseerde hoog-intensieve kracht- en impacttraining verbetert bij vrouwen met lage botmassa de lumbale botdichtheid (+2,9% tegenover −1,2%) zonder wervelfracturen en met verbetering van de thoracale kyfose [12,30]. Daarnaast voorkomt beweging fracturen indirect: oefening vermindert bij thuiswonende ouderen het aantal valpartijen met 23% (rate ratio 0,77; 95%-BI 0,71 tot 0,83; hoge zekerheid) en mogelijk het aantal mensen met een valgerelateerde fractuur (RR 0,73; 95%-BI 0,56 tot 0,95; lage zekerheid) [16], en multicomponenttraining verbetert balans (SMD 0,50; 95%-BI 0,27 tot 0,74), mobiliteit en zelfgerapporteerd functioneren [14]. Voor mensen met een wervelfractuur is het bewijs dun: oefening vermindert de pijn licht (gemiddeld verschil 1,01; 95%-BI 0,08 tot 1,93; lage zekerheid) zonder meer schade [31], maar zonder aantoonbaar effect op kwaliteit van leven of functie [27,28].
Drie ordeningsbesluiten dragen dit document. Ten eerste is de Nederlandse richtlijnlaag sinds de vorige versie compleet geworden: de KNGF/VvO-richtlijn Osteoporose en fractuurpreventie (25 augustus 2026) vervangt de KNGF-richtlijn uit 2011, kiest voor GRADE en formuleert drie voorwaardelijke aanbevelingen (krachttraining, high-impacttraining en fysio- of oefentherapie bij een chronische stabiele wervelfractuur), alle op zeer lage bewijskracht en alle onder de voorwaarde dat de interventie kortdurend is, in gedeelde besluitvorming, en gericht op zelfmanagement [R4]. Ten tweede convergeren de internationale richtlijnen (Osteoporosis Canada 2023, RACGP 2024, het Britse consensusstatement, de EULAR-points to consider en de APTA-richtlijn) op dezelfde drie pijlers: weerstand- en impacttraining voor botsterkte, kracht- en balanstraining tegen vallen, en spinale extensie en veilige bewegingstechniek voor de wervelkolom [19,20,21,22,R9]. Ten derde is de voorzichtige formulering van het doel die van de richtlijnen zelf: bewegen verlaagt het valrisico en voorkomt mogelijk fracturen; harde fractuurwinst is alleen voor valpreventie op lage zekerheid aangetoond [16,R1].
| Kernaanbeveling | Interventie | Sterkte | Zekerheid | Zie |
|---|---|---|---|---|
| Zet progressieve, gesuperviseerde kracht- en impacttraining in bij verhoogd fractuurrisico | Kracht + impact (tot HiRIT) | Sterk | Matig (B) | §10.1, R1 |
| Combineer kracht, balans, mobiliteit en houding tot minimaal 2,5 uur per week, verdeeld over dagen | Multicomponent programma | Sterk | Matig (B) | §10.2, R2 |
| Neem hoog-uitdagende balans- en functionele training standaard op | Valpreventie | Sterk | Matig (B) | §10.4, R4 |
| Train de rugextensoren en de houding, vooral bij (risico op) wervelfracturen | Rugextensie en houding | Voorwaardelijk | Laag (C) | §10.3, R3 |
| Bied bij een chronische stabiele wervelfractuur kortdurende fysio- of oefentherapie aan | Oefentherapie na wervelfractuur | Voorwaardelijk | Laag (C) | §10.5, R5 |
| Vermijd geladen, herhaalde of eindstandige wervelflexie; beperk impact na wervelfractuur tot stevig wandelen | Veilig bewegen | Sterk (consensus) | Consensus (M, VOID) | §10.6, R11 |
Dit deel is voor zorgprofessionals
De volledige Evidence-Based Guidance (Graded) lees je met een account voor zorgprofessionals. Het overzicht van alle aandoeningen blijft vrij toegankelijk.
- Per aandoening de volledige synthese, gegradeerd op bewijskracht.
- Eén account, direct toegang; verificatie van je BIG-nummer is alleen nodig als je patiënten wilt koppelen.
Ben je patiënt? Op de klachtpagina's staat dezelfde inhoud in gewone taal.