Chronische pijn en centrale sensitisatie: fysiotherapie en revalidatie
International Musculoskeletal Evidence, Graded — IMEG nr. 9305 · gegradeerde evidence-synthese
- Auteur
- R. van Schaik (fysiotherapie/manuele therapie). Herbouwd op de canonieke 28-sectiestructuur; voorganger v0.3 op het A/B-schema
- Bijgewerkt
- 2026-09-06
- DCSPH-diagnosecode
- 9380 · Gegeneraliseerd: Symptomatologie (nog zonder aanwijsbare pathologie)
Indicatief, geen declaratie-advies. DCSPH is een declaratiecodelijst en onderscheidt onze aandoeningen niet altijd: verschillende documenten kunnen dezelfde code dragen. Welke code u declareert bepaalt u op grond van uw eigen bevindingen. Bron: Vektis-codelijst CL0024-ZN, geldig vanaf 1 januari 2025.
Deel A — Klinisch
1. Samenvatting en kernaanbevelingen
De behandeling van chronische pijn met nociplastische kenmerken is actief, educatief en biopsychosociaal, en het primaire doel is functioneren en zelfmanagement, niet pijnvrijheid. Beweeg- en oefentherapie vermindert pijn en verbetert functie en is veilig: bij chronische lage rugpijn is het effect op pijn ten opzichte van geen behandeling, gebruikelijke zorg of placebo klinisch relevant (gemiddeld verschil −15,2 op een schaal van 100; 95%-BI −18,3 tot −12,2; matige zekerheid), het effect op functie klein (−6,8; 95%-BI −8,3 tot −5,3) [7]; over alle chronische pijnaandoeningen heen is de richting consistent gunstig en de kwaliteit van het bewijs laag [6]. Pijneducatie werkt vooral in combinatie met beweging: samen met fysiotherapie verbetert zij pijn (gewogen gemiddeld verschil 1,32 op 10; 95%-BI 1,08 tot 1,56; matig) en beperking (3,94 op de RMDQ; 95%-BI 3,37 tot 4,52; matig), als losstaande interventie is het effect op pijn onzeker (0,73; 95%-BI −0,14 tot 1,61; laag) [11]. Cognitieve gedragstherapie geeft kleine, over een grote bewijsbasis consistente winst op pijn, beperking en distress [8]; ACT werkt vooral op acceptatie en functioneren, niet op pijnintensiteit [17]. Cognitiegerichte, gecombineerde revalidatie geeft de sterkste en meest duurzame RCT-signalen [16,18], al is zij bij ernstig invaliderende lage rugpijn niet superieur aan een interdisciplinair pijnprogramma [22]. Interdisciplinaire biopsychosociale revalidatie is bij chronische lage rugpijn effectiever dan gebruikelijke zorg voor pijn en beperking (matige zekerheid) en vergroot ten opzichte van fysieke behandeling de kans op werkhervatting [9].
Twee ordeningsbesluiten bepalen hoe dit document zijn eigen titel draagt. Ten eerste is "centrale sensitisatie" in de gelezen richtlijnen geen diagnose maar een mechanisme-concept [R1,R2]; dit document gebruikt haar als verklarend mechanisme en als reden om de behandeling anders in te richten, niet als diagnose waarop wordt geïndiceerd. Ten tweede is NICE NG193 een van de meest uitgesproken richtlijnen in deze serie: zij beveelt gesuperviseerde groepsoefentherapie aan met haar sterkste formulering ("Offer") en raadt TENS, ultrageluid, interferentietherapie en biofeedback expliciet af "because there is no evidence of benefit", naast vrijwel de volledige medicamenteuze standaardbehandeling [R1]. Wat overblijft is grotendeels het fysiotherapeutische en psychologische domein, ingebed in stepped of matched care [R2,R7] en in het Nederlandse KNGF-standpunt dat de focus legt op fysiek functioneren en zelfmanagement op de lange termijn [R6].
| Kernaanbeveling | Interventie | Sterkte | Zekerheid | Zie |
|---|---|---|---|---|
| Maak gedoseerde, progressieve beweging tot de kern van de behandeling | Oefen-/beweegtherapie | Sterk | Matig (B) | §10.1, R1 |
| Herkader pijn met educatie, ingebed in beweging; niet als losstaande interventie | Pijneducatie (PNE) + oefenprogramma | Voorwaardelijk | Matig (B) gecombineerd voor pijn; laag (C) voor beperking en als losstaande interventie | §10.2, R3, R4 |
| Geef de voorkeur aan geïntegreerde, cognitiegerichte revalidatie boven losse componenten | Cognitiegerichte revalidatie / CFT | Sterk | Matig (B) | §10.4, R5 |
| Bied CBT of ACT op indicatie van psychologische onderhoudende factoren | CBT / ACT | Voorwaardelijk | Matig (B) CBT, laag (C) ACT | §10.3, R6 |
| Verwijs complexe pijn met participatieproblemen naar interdisciplinaire pijnrevalidatie | Biopsychosociale revalidatie (IMPT) | Sterk | Matig (B) | §10.5, R7 |
| Bied geen TENS, ultrageluid, interferentie of biofeedback aan bij chronische primaire pijn | Passieve modaliteiten | Zwak/conditioneel (tegen) | Consensus (M, VOID) | §10.6, R10 |
Dit deel is voor zorgprofessionals
De volledige Evidence-Based Guidance (Graded) lees je met een account voor zorgprofessionals. Het overzicht van alle aandoeningen blijft vrij toegankelijk.
- Per aandoening de volledige synthese, gegradeerd op bewijskracht.
- Eén account, direct toegang; verificatie van je BIG-nummer is alleen nodig als je patiënten wilt koppelen.
Ben je patiënt? Op de klachtpagina's staat dezelfde inhoud in gewone taal.