Liespijn (adductoren- en symfysegerelateerd)
Pijn in de lies bij sporters en actieve volwassenen — met de Doha-classificatie als kompas: actieve, spierversterkende oefentherapie als goed onderbouwde eerste keuze en criteriagestuurde terugkeer naar sport
- Auteur
- R. van Schaik (fysiotherapie/manuele therapie)
- DCSPH-diagnosecode
- 6126 · Liesregio: Spier-, pees- en fascie aandoeningen
Indicatief, geen declaratie-advies. DCSPH is een declaratiecodelijst en onderscheidt onze aandoeningen niet altijd: verschillende documenten kunnen dezelfde code dragen. Welke code u declareert bepaalt u op grond van uw eigen bevindingen. Bron: Vektis-codelijst CL0024-ZN, geldig vanaf 1 januari 2025.
Deel A — Klinische evidence-synthese
Deel A is opgesteld om zelfstandig leesbaar en toepasbaar te zijn, zonder dat de lezer aanvullende informatie hoeft op te zoeken. De methodologische verantwoording staat in Deel B.
1. Samenvatting en kernaanbevelingen
In-tekstverwijzingen [n] verwijzen naar de genummerde bronnenlijst (Vancouver; DOI/PMID geverifieerd via PubMed). Bewijszekerheid is per uitkomst met GRADE beoordeeld en vertaald naar de zes-tier-ladder (S/A/B/C/M/X). De tiers in dit concept zijn VOORLOPIG.
Liespijn is veelvoorkomend bij sporters en actieve volwassenen en kent een heterogene oorzaak. De internationale Doha-consensus ordent liespijn in drie hoofdcategorieën: (1) gedefinieerde klinische entiteiten (adductor-, iliopsoas-, inguinaal- en pubis-gerelateerde liespijn), (2) heup-gerelateerde liespijn en (3) overige oorzaken; deze indeling berust op anamnese en lichamelijk onderzoek en is bruikbaar voor zowel praktijk als onderzoek [1]. Adductor-gerelateerde liespijn is een belangrijke oorzaak van langdurige klachten [2].
Voor adductor-gerelateerde liespijn is actieve, spierversterkende oefentherapie de best onderbouwde behandeling. In een landmark-trial keerden sporters met langdurige adductor-gerelateerde liespijn na een actief trainingsprogramma (kracht en coördinatie van de adductoren en de rompspieren) veel vaker pijnvrij terug naar sport dan na een passieve fysiotherapiebehandeling (23/34 versus 4/34; oddsratio 12,7; 95%-BI 3,4 tot 47,2) [2]. Een Cochrane-review bevestigde dat oefentherapie de korte-termijnuitkomsten en de terugkeer naar sport verbetert ten opzichte van passieve modaliteiten (succesvolle behandeling risk ratio 2,50; 95%-BI 1,43 tot 4,37; terugkeer naar sport RR 5,95; 95%-BI 2,34 tot 15,09), al is de bewijskwaliteit laag [4]. De Copenhagen-adductie-oefening verbeterde in een gerandomiseerde trial de excentrische adductiekracht (MD 0,49 Nm/kg) en verminderde de pijn (MD −1,60) [3].
Kernboodschappen: classificeer de liespijn eerst volgens de Doha-consensus (welke entiteit?) [1]; behandel adductor-gerelateerde liespijn met actieve, progressieve oefentherapie (adductoren en romp), niet met passieve modaliteiten [2,4]; en stuur de terugkeer naar sport op criteria, met verwijzing bij verdenking op een heup- of hernia-oorzaak [1]. [CONSENSUS]
| Kernaanbeveling | Claimtype | Zekerheid (tier) | Sterkte |
|---|---|---|---|
| Classificeer volgens Doha (anamnese + onderzoek) | Beleid/consensus | M | Sterk |
| Actieve, spierversterkende oefentherapie als eerste keuze | Effectvergelijking | B | Sterk |
| Copenhagen/eccentrische adductorentraining in de progressie | Effectvergelijking | C | Zwak |
| Multimodale/manuele therapie als aanvulling | Effectvergelijking | C | Zwak |
| Sluit heup- en hernia-oorzaken uit; criteriagestuurde return-to-sport | Beleid/consensus | M | Sterk |
Dit deel is voor zorgprofessionals
De volledige Evidence-Based Guidance (Graded) lees je met een account voor zorgprofessionals. Het overzicht van alle aandoeningen blijft vrij toegankelijk.
- Per aandoening de volledige synthese, gegradeerd op bewijskracht.
- Eén account, direct toegang; verificatie van je BIG-nummer is alleen nodig als je patiënten wilt koppelen.
Ben je patiënt? Op de klachtpagina's staat dezelfde inhoud in gewone taal.