IMEG 5501

Duimbasisartrose (CMC-1 / rhizartrose)

International Musculoskeletal Evidence-Based Guidance — IMEG nr. 5501 · Regio pols/hand · concept v0.2

DCSPH-diagnosecode
5523 · Duim: Artrose

Indicatief, geen declaratie-advies. DCSPH is een declaratiecodelijst en onderscheidt onze aandoeningen niet altijd: verschillende documenten kunnen dezelfde code dragen. Welke code u declareert bepaalt u op grond van uw eigen bevindingen. Bron: Vektis-codelijst CL0024-ZN, geldig vanaf 1 januari 2025.

Deel A — Klinische evidence-synthese

1. Samenvatting en kernaanbevelingen

Duimbasisartrose (artrose van het eerste carpometacarpale gewricht, CMC-1, ook rhizartrose genoemd) is een van de meest voorkomende en invaliderende vormen van handartrose, met pijn aan de duimbasis bij knijpen, draaien en grijpen. Het beleid is conservatief van opzet en getrapt. Hand-/oefentherapie met gewrichtsbescherming en educatie vormen samen het zelfmanagementpakket dat de eerste stap is; de duimorthese is de best onderbouwde volgende stap voor wie daarop onvoldoende reageert (zie sectie 10 voor de richtlijnverankering van die volgorde). Intra-articulaire injecties (corticosteroïd of hyaluronzuur) geven hooguit een bescheiden, tijdelijk effect en worden niet routinematig aanbevolen. Bij ernstige, therapieresistente artrose is chirurgie effectief; geen enkele operatietechniek is duidelijk superieur, maar een simpele trapeziectomie geeft de minste complicaties en verdient daarom de voorkeur.

ID
InterventieDuimorthese
KernaanbevelingStap 2 na zelfmanagement (ACR sterk vóór; BSSH: laag-matig bewijs)
TierB
ID
InterventieHand-/oefentherapie
KernaanbevelingGelijkwaardige eerste keuze
TierB
ID
InterventieIntra-articulaire injectie
KernaanbevelingBeperkte, tijdelijke rol
TierC
ID
InterventieSimpele trapeziectomie
KernaanbevelingVoorkeurstechniek bij chirurgie
TierB
ID
InterventieChirurgie algemeen
KernaanbevelingAlleen bij therapieresistentie
TierC
Bewijsniveau:Ssystematisch zekerAhoogBmatigClaagMmechanistisch/consensusXonvoldoende/geen
Figuur 1. Interventies, richting en GRADE-zekerheid (tier).

Richtlijnverankering (zie sectie 28). Dit onderwerp heeft de rijkste richtlijnbasis van de pols-/handregio én de scherpste tegenspraak. Vier richtlijnen bevelen conservatieve behandeling aan: de ACR/Arthritis Foundation (2019) beveelt oefening en zelfmanagement 'strongly' aan bij handartrose en handorthesen 'strongly' specifiek bij CMC-1-artrose [R2]; de BSSH (2023) beveelt niet-chirurgische behandeling aan voor álle patiënten met symptomatische duimbasisartrose ('high evidence'), met educatie, oefening, taakaanpassing en pijnmanagement in het zelfmanagementpakket en de spalk als stap 2 [R3]; EULAR (2018) voert educatie, hulpmiddelen, oefeningen en orthesen als niet-farmacologische basis [R1]; en de NHG-Standaard (2021) beveelt 'handtherapie met oefentherapie en eventueel spalkbehandeling' aan [R4]. Daartegenover staat de Nederlandse specialistenrichtlijn Primaire artrose van de duimbasis (2015), die letterlijk stelt dat fysiotherapeutische interventies 'niet worden aanbevolen' [R5]. Dit document volgt de NHG- en internationale lijn en motiveert dat expliciet — de richtlijn van 2015 is zeven jaar over haar eigen herzieningsdatum, steunt op vier kleine kortdurende RCT's van één onderzoeksgroep, en 'niet aangetoond' is niet hetzelfde als 'weerlegd'. Twee grenzen worden overgenomen: geen enkele richtlijn beveelt manuele therapie voor CMC-1 aan (NICE en ACR beperken die expliciet tot heup/knie), en NICE NG226 raadt elektrotherapie bij artrose af [R6]. Geen tier gewijzigd. [CONSENSUS]

Dit deel is voor zorgprofessionals

De volledige Evidence-Based Guidance (Graded) lees je met een account voor zorgprofessionals. Het overzicht van alle aandoeningen blijft vrij toegankelijk.

  • Per aandoening de volledige synthese, gegradeerd op bewijskracht.
  • Eén account, direct toegang; verificatie van je BIG-nummer is alleen nodig als je patiënten wilt koppelen.
Inloggen of account aanmaken

Ben je patiënt? Op de klachtpagina's staat dezelfde inhoud in gewone taal.