Reumatoïde en artrotische handklachten
International Musculoskeletal Evidence-Based Guidance — IMEG nr. 5301 · Regio pols/hand · concept v0.2
- DCSPH-diagnosecode
- 5323 · Middenhandregio (inclusief weke delen): Artrose
Indicatief, geen declaratie-advies. DCSPH is een declaratiecodelijst en onderscheidt onze aandoeningen niet altijd: verschillende documenten kunnen dezelfde code dragen. Welke code u declareert bepaalt u op grond van uw eigen bevindingen. Bron: Vektis-codelijst CL0024-ZN, geldig vanaf 1 januari 2025.
Deel A — Klinische evidence-synthese
1. Samenvatting en kernaanbevelingen
Dit Guidance-document behandelt de twee grote oorzaken van chronische handklachten die elkaar in de praktijk overlappen: reumatoïde artritis (RA) van de hand en handartrose (osteoartrose van de vinger- en duimgewrichten, inclusief het erosieve subtype). RA is een systemisch-inflammatoire, potentieel destructieve aandoening die primair met ziektemodulerende medicatie (DMARD's) wordt behandeld; handartrose is degeneratief en kent geen ziektemodulerende medicatie. Voor beide vormt niet-medicamenteuze zorg — educatie, gewrichtsbescherming, hulpmiddelen, orthesen en oefentherapie — de gedeelde hoeksteen. Bij RA is een getailoreerd handoefenprogramma een bewezen, kosteneffectieve aanvulling op medicatie. Bij handartrose geeft oefentherapie een klein maar reeel effect; corticosteroïden hebben een beperkte, kortdurende rol. Chirurgie is voorbehouden aan refractaire deformiteit of pijn.
| ID | Interventie | Kernaanbeveling | Tier |
|---|---|---|---|
| Handoefentherapie (RA) | Bewezen adjuvans op medicatie | B | |
| Oefentherapie (OA) | Eerste keuze (klein effect) | C | |
| Corticosteroid (OA) | Beperkt/kortdurend | C | |
| Niet-medicamenteus pakket | Hoeksteen voor beide | C | |
| Chirurgie (deformiteit) | Bij refractaire ziekte | M |
Richtlijnverankering (zie sectie 28). Dit document dekt twee entiteiten en de richtlijnbasis verschilt per entiteit — de richtlijnen behandelen ze ook apart en hun aanbevelingen zijn niet uitwisselbaar. ARTROTISCHE HAND: de ACR/Arthritis Foundation (2019) beveelt oefening en zelfmanagement STRONG aan, en handorthesen STRONG specifiek voor het CMC-1-gewricht maar slechts CONDITIONAL voor de overige handgewrichten [R1]; EULAR (2018) voert educatie, hulpmiddelen, oefeningen en orthesen als niet-farmacologische basis [R2]. Belangrijke, door de ACR zélf gemaakte kanttekening die dit document overneemt: er is veel meer bewijs voor knie en heup dan voor de hand, en 'current evidence is insufficient to recommend specific exercise prescriptions' — de sterke aanbeveling geldt dus het PRINCIPE, niet een dosering. REUMATOÏDE HAND: NICE NG100 is de enige richtlijn met een concreet protocol — 'Consider a tailored strengthening and stretching hand exercise programme' [2015], met twee expliciete voorwaarden (geen medicatieregime, óf minstens drie maanden een stabiel regime) en de eis dat het wordt geleverd door een geschoolde behandelaar [R3]; de onderbouwing is de SARAH-trial, met een bescheiden maar significant en kosteneffectief effect (MHQ-verschil 4,3; 95%-BI 1,5-7,1; £9.549/QALY) [R4]. SCOPE-BEVESTIGING, expliciet gecontroleerd: de BSSH-duimbasisrichtlijn sluit reumatoïde artritis uit haar scope [R5], en de RA-CPG van Ramos-Petersen betreft uitsluitend voet en enkel [R7] — beide gelden hier dus NIET, hoewel ze elders in deze serie wél zijn gebruikt. Geen tier gewijzigd. [CONSENSUS]
Dit deel is voor zorgprofessionals
De volledige Evidence-Based Guidance (Graded) lees je met een account voor zorgprofessionals. Het overzicht van alle aandoeningen blijft vrij toegankelijk.
- Per aandoening de volledige synthese, gegradeerd op bewijskracht.
- Eén account, direct toegang; verificatie van je BIG-nummer is alleen nodig als je patiënten wilt koppelen.
Ben je patiënt? Op de klachtpagina's staat dezelfde inhoud in gewone taal.