De Quervain-tenosynovitis
International Musculoskeletal Evidence-Based Guidance — IMEG nr. 5202 · Regio pols/hand · concept v0.2
- DCSPH-diagnosecode
- 5220 · Handwortel / polsgewricht (inclusief weke delen): Epicondylitis / tendinitis / tendovaginitis
Indicatief, geen declaratie-advies. DCSPH is een declaratiecodelijst en onderscheidt onze aandoeningen niet altijd: verschillende documenten kunnen dezelfde code dragen. Welke code u declareert bepaalt u op grond van uw eigen bevindingen. Bron: Vektis-codelijst CL0024-ZN, geldig vanaf 1 januari 2025.
Deel A — Klinische evidence-synthese
1. Samenvatting en kernaanbevelingen
De Quervain-tenosynovitis (DQT) is een stenoserende aandoening van het eerste dorsale extensorcompartiment van de pols (pezen van de m. abductor pollicis longus, APL, en m. extensor pollicis brevis, EPB), met pijn en zwelling ter hoogte van de processus styloideus radii. De kern van het beleid is getrapt en conservatief. Een corticosteroïd-injectie is de best onderbouwde eerste keuze; de combinatie van injectie en een duimspica-orthese vergroot de kans op behandelsucces ten opzichte van elk van beide alleen. Echogeleide injectie verdient de voorkeur wanneer een subcompartimenteel septum aanwezig of waarschijnlijk is, omdat een blinde injectie dan het EPB-compartiment kan missen. Chirurgische release is voorbehouden aan therapieresistente gevallen.
| ID | Interventie | Kernaanbeveling | Tier |
|---|---|---|---|
| Corticosteroid-injectie | Eerste keuze bij matig-ernstige klachten | B | |
| CSI + orthese | Combineren voor hoogste succeskans | B | |
| Echogeleide CSI | Voorkeur bij (verdenking) septum | C | |
| ESWT / laser | Tweede lijn bij onvoldoende effect | C | |
| Chirurgische release | Alleen bij therapieresistentie | C |
Richtlijnverankering (zie sectie 28). Eén formele richtlijn dekt deze aandoening: de NHG-Standaard Hand- en polsklachten (M91), met een apart hoofdstuk over de tendovaginitis van De Quervain [R1]; daarnaast is er de Europese HANDGUIDE-Delphiconsensus (35 experts, géén evidentiegraden) [R2] en één gegradeerde regel uit de ACOEM-richtlijn (glucocorticosteroïd-injectie: Recommended, Evidence C) [R3]. Er bestaat GEEN gegradeerde CPG van JOSPT/APTA of AAOS/ASSH voor dit onderwerp; het NHG registreert de behandelvraag zelfs als expliciete kennislacune. De drie bronnen zijn het opvallend eens en bevestigen de kernlijn van dit document — injectie is de best onderbouwde interventie en de combinatie met een orthese verdient de voorkeur — zonder dat een tier verandert. Concreet doorgewerkt in sectie 10: eerst tot ongeveer zes weken afwachten met voorlichting en zo nodig pijnstilling; pas daarna spalk en/of injectie, bij voorkeur gecombineerd; eerste keus 10 mg triamcinolonacetonide 10 mg/ml. En het HANDGUIDE-voorbehoud: voorlichting hoort altijd gegeven te worden, maar nooit als enige behandeling. Eerlijke kanttekening: drie zwakke bronnen die het eens zijn, blijven drie zwakke bronnen — de tiers blijven laag. [CONSENSUS]
Dit deel is voor zorgprofessionals
De volledige Evidence-Based Guidance (Graded) lees je met een account voor zorgprofessionals. Het overzicht van alle aandoeningen blijft vrij toegankelijk.
- Per aandoening de volledige synthese, gegradeerd op bewijskracht.
- Eén account, direct toegang; verificatie van je BIG-nummer is alleen nodig als je patiënten wilt koppelen.
Ben je patiënt? Op de klachtpagina's staat dezelfde inhoud in gewone taal.