IMEG 5003

Cubitaaltunnelsyndroom (compressieneuropathie van de n. ulnaris)

De op één na meest voorkomende compressieneuropathie van de bovenste extremiteit: beklemming van de n. ulnaris ter hoogte van de elleboog met tintelingen in de ring- en pinkvinger en intrinsieke handzwakte; milde/vroege gevallen worden conservatief behandeld (activiteitsaanpassing en een nachtspalk), terwijl bij vastgesteld of ernstig letsel chirurgische decompressie superieur is — met de simpele in-situ-decompressie als eerste keuze wegens de laagste complicatiekans

Auteur
R. van Schaik (fysiotherapie/manuele therapie)
DCSPH-diagnosecode
5070 · Art. cubiti (inclusief weke delen): Perifere zenuwaandoening

Indicatief, geen declaratie-advies. DCSPH is een declaratiecodelijst en onderscheidt onze aandoeningen niet altijd: verschillende documenten kunnen dezelfde code dragen. Welke code u declareert bepaalt u op grond van uw eigen bevindingen. Bron: Vektis-codelijst CL0024-ZN, geldig vanaf 1 januari 2025.

Deel A — Klinische evidence-synthese

Deel A is opgesteld om zelfstandig leesbaar en toepasbaar te zijn, zonder dat de lezer aanvullende informatie hoeft op te zoeken. De methodologische verantwoording staat in Deel B.

1. Samenvatting en kernaanbevelingen

In-tekstverwijzingen [n] verwijzen naar de genummerde bronnenlijst (Vancouver; DOI/PMID geverifieerd via PubMed). Bewijszekerheid is per uitkomst met GRADE beoordeeld en vertaald naar de zes-tier-ladder (S/A/B/C/M/X). De tiers in dit concept zijn VOORLOPIG.

Het cubitaaltunnelsyndroom is een compressie-/tractieneuropathie van de n. ulnaris ter hoogte van de elleboog (de cubitaaltunnel: de retrocondylaire groeve, het Osborne-ligament en de flexor-pronator-aponeurose), en is na het carpaletunnelsyndroom de meest voorkomende beklemmingsneuropathie van de bovenste extremiteit [1,6]. De klachten bestaan uit tintelingen en gevoelsverlies in de ring- en pinkvinger en, bij progressie, intrinsieke handzwakte, atrofie en een verminderde grijp-/knijpkracht; de symptomen verergeren bij langdurige elleboogflexie en druk op de zenuw [3].

De diagnose is klinisch (provocatie bij elleboogflexie, Tinel over de cubitaaltunnel, sensibiliteits- en motoronderzoek) en wordt bevestigd met zenuwgeleidingsonderzoek (elektromyografie/geleidingsstudies); echografie en MRI kunnen morfologische veranderingen tonen [6]. De ernst wordt gestadieerd (bijvoorbeeld naar McGowan): milde vormen hebben vooral sensibele klachten, ernstige vormen motorische zwakte, atrofie en vaste sensibiliteitsuitval [6].

Het beleid volgt de ernst. Bij milde/vroege gevallen is conservatieve behandeling aangewezen: activiteitsaanpassing (vermijden van langdurige elleboogflexie en druk op de mediale elleboog) en een nachtspalk die de elleboog in extensie houdt, om tractie en compressie te verminderen [3,6]. Bij vastgesteld of matig-ernstig letsel (motorische zwakte, atrofie, vaste uitval) of bij falen van conservatieve behandeling is chirurgie geïndiceerd; op basis van gerandomiseerde en gecontroleerde studies is chirurgie superieur aan conservatieve behandeling bij vastgesteld carpale- en cubitaaltunnelsyndroom, met goede langetermijnresultaten [1]. De chirurgische techniek van eerste keuze is de simpele in-situ-decompressie: een meta-analyse van 17 studies (2.154 ingrepen) vond geen significant verschil in klinische verbetering of revisiekans tussen simpele decompressie en anterieure transpositie van de n. ulnaris, maar wél significant minder complicaties bij decompressie (odds ratio 0,45; 95%-BI 0,29 tot 0,70), zodat decompressie de voorkeur heeft; een (subcutane) transpositie wordt gereserveerd voor een pijnlijke (sub)luxatie/'snapping' van de zenuw of ossale/weke-delen-afwijkingen [3,6]. Er is geen aantoonbaar superieure techniek; belangrijk is het beperken van het recidiefrisico, omdat revisiechirurgie minder betrouwbaar is (verbetering bij ongeveer 75%) [5,6]. [CONSENSUS]

Kernboodschappen: stel de diagnose klinisch en bevestig met zenuwgeleidingsonderzoek, en stadiëer de ernst [6]; behandel milde/vroege gevallen conservatief (activiteitsaanpassing, nachtspalk) [3]; opereer bij vastgesteld/ernstig letsel of falen conservatief, met de simpele in-situ-decompressie als eerste keuze (minder complicaties) [2,3]; en onderscheid het van een C8-radiculopathie/Pancoast-tumor [6]. [CONSENSUS]

Richtlijnverankering (zie sectie 28). Twee richtlijnen dragen dit document: de multidisciplinaire Richtlijn Ulnaropathie (NVN/NVPC/NVvN, richtlijnendatabase.nl) als enige dedicated behandelrichtlijn [R1], en de AANEM-richtlijn over neuromusculaire echografie als actuele diagnostische richtlijn [R2]. Drie punten werken door in Deel A. (a) Diagnostiek: de AANEM beveelt echografische meting van de dwarsdoorsnede of diameter van de n. ulnaris aan om de diagnose te bevestigen en de compressieplaats te lokaliseren (Level B) — een actualisering van de EMG-gecentreerde lijn van de Nederlandse richtlijn, die nog op een inmiddels ingetrokken parameter uit 1999 steunt. (b) Zenuwmobilisatie: de Nederlandse richtlijn vond géén meerwaarde van zenuwmobilisatieoefeningen boven alleen schriftelijke voorlichting (zeer lage bewijskracht, één trial) — het conservatieve beleid steunt daarom primair op uitleg, schriftelijk materiaal, houdings-/bewegingsadvies en aandacht voor de werkomgeving. (c) Nomenclatuur: 'cubitaaltunnelsyndroom' is strikt genomen géén synoniem voor ulnaropathie bij de elleboog (zie sectie 3). Belangrijke kanttekening: de enige behandelrichtlijn is uit 2011 en tien jaar over haar eigen herzieningsdatum heen. [CONSENSUS]

Bewijsniveau:Ssystematisch zekerAhoogBmatigClaagMmechanistisch/consensusXonvoldoende/geen
KernaanbevelingKlinische diagnose + zenuwgeleidingsonderzoek + stadiëring
ClaimtypeDiagnostiek/consensus
Zekerheid (tier)B
SterkteSterk
KernaanbevelingConservatief (activiteitsaanpassing/nachtspalk) bij mild/vroeg
ClaimtypeBeleid/consensus
Zekerheid (tier)C
SterkteSterk
KernaanbevelingChirurgie bij vastgesteld/ernstig letsel of falen conservatief
ClaimtypeEffectvergelijking
Zekerheid (tier)B
SterkteSterk
KernaanbevelingSimpele in-situ-decompressie als eerste chirurgische keuze
ClaimtypeEffectvergelijking
Zekerheid (tier)B
SterkteSterk
KernaanbevelingOnderscheid van C8-radiculopathie/Pancoast
ClaimtypeDiagnostiek/consensus
Zekerheid (tier)M
SterkteSterk

Richtlijnverankering (kruischeck 16-07-2026): de gefaseerde conservatief-eerst-benadering (druk/noxen vermijden, nachtspalk; chirurgie bij falen) is verankerd in de management-richtlijn voor CuTS (Assmus et al. 2011, AWMF-gebaseerd) [6]. Geen tierwijziging.

Dit deel is voor zorgprofessionals

De volledige Evidence-Based Guidance (Graded) lees je met een account voor zorgprofessionals. Het overzicht van alle aandoeningen blijft vrij toegankelijk.

  • Per aandoening de volledige synthese, gegradeerd op bewijskracht.
  • Eén account, direct toegang; verificatie van je BIG-nummer is alleen nodig als je patiënten wilt koppelen.
Inloggen of account aanmaken

Ben je patiënt? Op de klachtpagina's staat dezelfde inhoud in gewone taal.

Cubitaaltunnelsyndroom (compressieneuropathie van de n. ulnaris) | Evidence-Based Guidance | Phantom Physio