Mediale epicondylalgie (golferselleboog)
Degeneratieve tendinopathie van de flexor-pronator-origo aan de mediale epicondyl (geen ontsteking) met mediale elleboogpijn bij polsflexie en pronatie; het beloop is zelflimiterend en belastinggerichte oefentherapie is de kern — de aandoening is minder onderzocht dan de tenniselleboog, en de n. ulnaris (cubitaaltunnel) moet altijd worden meebeoordeeld wegens frequente comorbiditeit
- Auteur
- R. van Schaik (fysiotherapie/manuele therapie)
- DCSPH-diagnosecode
- 5020 · Art. cubiti (inclusief weke delen): Epicondylitis / tendinitis / tendovaginitis
Indicatief, geen declaratie-advies. DCSPH is een declaratiecodelijst en onderscheidt onze aandoeningen niet altijd: verschillende documenten kunnen dezelfde code dragen. Welke code u declareert bepaalt u op grond van uw eigen bevindingen. Bron: Vektis-codelijst CL0024-ZN, geldig vanaf 1 januari 2025.
Deel A — Klinische evidence-synthese
Deel A is opgesteld om zelfstandig leesbaar en toepasbaar te zijn, zonder dat de lezer aanvullende informatie hoeft op te zoeken. De methodologische verantwoording staat in Deel B.
1. Samenvatting en kernaanbevelingen
In-tekstverwijzingen [n] verwijzen naar de genummerde bronnenlijst (Vancouver; DOI/PMID geverifieerd via PubMed). Bewijszekerheid is per uitkomst met GRADE beoordeeld en vertaald naar de zes-tier-ladder (S/A/B/C/M/X). De tiers in dit concept zijn VOORLOPIG.
Mediale epicondylalgie ('golferselleboog', golfer's elbow) is een degeneratieve tendinopathie van de gemeenschappelijke flexor-pronator-origo aan de mediale epicondyl van de humerus, veroorzaakt door herhaalde belasting bij polsflexie en onderarmpronatie (bijvoorbeeld werpen, golf, racketsport, krachttraining); net als bij de tenniselleboog is het een degeneratief proces met collageen-desorganisatie en fibrose, niet een ontsteking [1]. De klachten bestaan uit persisterende mediale elleboogpijn die toeneemt bij dagelijkse activiteiten en (bij sporters) tijdens de werp-/acceleratiefase [1].
Een klinisch cruciaal punt is de frequente comorbiditeit met een n.-ulnaris-neuropathie (cubitaaltunnelsyndroom): omdat de zenuw vlak achter de mediale epicondyl loopt, gaat mediale epicondylalgie in een aanzienlijk deel van de gevallen (in series tot ongeveer de helft) gepaard met ulnaire klachten, die het beleid en de prognose beïnvloeden; ook een letsel van de mediale collaterale band (UCL) hoort in de differentiaaldiagnose [1].
De aandoening is aanzienlijk minder onderzocht dan de laterale epicondylalgie, waardoor de behandelaanbevelingen grotendeels op consensus en op extrapolatie van de beter onderbouwde peesaandoeningen berusten. Het beloop is zelflimiterend en de behandeling is gefaseerd en conservatief: activiteits-/belastingmanagement, gevolgd door een progressieve, belastinggerichte revalidatie van de flexor-pronator-massa, eventueel met een onderarmband/tape [1]. Uit de bredere tendinopathie-evidentie blijkt dat oefentherapie veilig en gunstig is en dat een gecombineerde concentrische en excentrische krachttraining het meest belovend is (effectgrootte 0,48; 95%-geloofwaardigheidsinterval −0,13 tot 1,1), soms met een aanvullende conservatieve modaliteit [3]. Corticosteroïd-injecties geven, naar analogie met de tenniselleboog, kortetermijnverlichting maar een slechtere langetermijnuitkomst en meer recidief (bij de tenniselleboog: herstel op 1 jaar 83% versus 96%; relatief risico 0,86; 99%-BI 0,75 tot 0,99), en worden daarom terughoudend ingezet [1,6]. Chirurgie (open debridement van de flexor-pronator-origo, met adressering van de n. ulnaris indien betrokken) is voorbehouden aan therapieresistente gevallen [1]. [CONSENSUS]
Kernboodschappen: stel de diagnose klinisch en beoordeel altijd de n. ulnaris (en de UCL) [1]; maak belastingmanagement en belastinggerichte flexor-pronator-oefentherapie de kern [1,3]; wees terughoudend met corticosteroïd-injecties (analoog aan de tenniselleboog: slechter op termijn) [1,6]; en reserveer chirurgie voor therapieresistentie [1]. Wees eerlijk over de dunne, deels geëxtrapoleerde bewijsbasis. [CONSENSUS]
Richtlijnverankering (zie sectie 28). Eén dedicated richtlijn dekt deze aandoening: de NHG-Standaard Epicondylitis (M60), die epicondylitis medialis expliciet meeneemt onder de aanbevelingen voor de laterale variant [R1]; daarnaast is er de gedateerde NVAB-richtlijn Klachten aan arm, schouder of nek (2003) vanuit de bedrijfsgeneeskunde [R2]. Belangrijk en eerlijk te benoemen: de sterke internationale richtlijnen die bij de tenniselleboog (IMEG nr. 5001) het beeld bepalen — BESS 2023, de JOSPT/APTA-CPG en de JOA-richtlijn — zijn alle drie uitdrukkelijk LATERAAL-specifiek en gelden hier NIET. Beide richtlijnen die hier wél gelden, adviseren TERUGHOUDENDHEID met verwijzing voor oefentherapie (NHG: kwaliteit van bewijs zeer laag; NVAB: graad A2), en de NHG raadt brace en shockwave af. Dit document handhaaft belastinggerichte oefentherapie als redelijk, veilig en goedkoop eerstelijnsbeleid, maar formuleert het bewust niet sterker dan de lage bewijskracht toelaat en plaatst afwachten met voorlichting bij milde tot matige klachten er expliciet vóór (zie sectie 10). [CONSENSUS]
| Kernaanbeveling | Claimtype | Zekerheid (tier) | Sterkte |
|---|---|---|---|
| Klinische diagnose + altijd n. ulnaris/UCL beoordelen | Diagnostiek/consensus | M | Sterk |
| Belastingmanagement + flexor-pronator-oefentherapie | Effectvergelijking | C | Sterk |
| Terughoudend met corticosteroïd-injectie | Effectvergelijking | C | Sterk |
| Geruststelling (zelflimiterend beloop) | ORGANISATIE | M | Sterk |
| Chirurgie alleen bij therapieresistentie | EFFECT | M | Zwak |
Dit deel is voor zorgprofessionals
De volledige Evidence-Based Guidance (Graded) lees je met een account voor zorgprofessionals. Het overzicht van alle aandoeningen blijft vrij toegankelijk.
- Per aandoening de volledige synthese, gegradeerd op bewijskracht.
- Eén account, direct toegang; verificatie van je BIG-nummer is alleen nodig als je patiënten wilt koppelen.
Ben je patiënt? Op de klachtpagina's staat dezelfde inhoud in gewone taal.