Hemiplegische schouderpijn na een beroerte
Preventie, diagnostiek en behandeling van schouderpijn en -subluxatie aan de paretische arm na CVA — elektrostimulatie, spasticiteitsbehandeling, zenuwblokkade, taping en ondersteuning
- Auteur
- R. van Schaik (fysiotherapie/manuele therapie)
- DCSPH-diagnosecode
- 4078 · Art. humeri (inclusief weke delen): Overige neurologische aandoeningen / neuropathieen / ziekten van neurologische oorsprong
Indicatief, geen declaratie-advies. DCSPH is een declaratiecodelijst en onderscheidt onze aandoeningen niet altijd: verschillende documenten kunnen dezelfde code dragen. Welke code u declareert bepaalt u op grond van uw eigen bevindingen. Bron: Vektis-codelijst CL0024-ZN, geldig vanaf 1 januari 2025.
Deel A — Klinische evidence-synthese
Deel A is opgesteld om zelfstandig leesbaar en toepasbaar te zijn, zonder dat de lezer aanvullende informatie hoeft op te zoeken. De methodologische verantwoording staat in Deel B.
1. Samenvatting en kernaanbevelingen
In-tekstverwijzingen [n] verwijzen naar de genummerde bronnenlijst (Vancouver; DOI's/PMID's geverifieerd via PubMed). Bewijszekerheid is per uitkomst met GRADE beoordeeld en vertaald naar de zes-tier-ladder (S/A/B/C/M/X). Waar de risk-of-bias overwegend op abstract- en full-text-niveau is beoordeeld, wordt de zekerheid als voorlopig woordlabel gerapporteerd.
Hemiplegische schouderpijn (HSP) is een van de meest voorkomende en meest invaliderende complicaties na een beroerte: de gepoolde puntprevalentie ligt tussen 22% en 47% en de incidentie tussen 10% en 22% [1]. De pijn belemmert de revalidatie, verlengt de opname en gaat samen met slechtere uitkomsten [3]. De oorzaak is nadrukkelijk multifactorieel — inferieure glenohumerale subluxatie in de flaccide fase, spasticiteit van onder meer de subscapularis in de spastische fase, weke-delenletsel (met name de lange bicepskop en de supraspinatus) en het complex regionaal pijnsyndroom (schouder-handsyndroom) — en effectieve zorg vraagt daarom om een gerichte, per-fase-benadering in plaats van één standaardbehandeling [3,4].
De sterkste boodschap is preventief: correcte positionering en handling vanaf dag één, de paretische arm ondersteunen zolang de manchet niet actief is, en schadelijke handelingen (zoals katrol-oefeningen boven het hoofd en tractie aan de arm) vermijden [3,4,26]. Bij bestaande pijn is het bewijs per modaliteit ongelijk: neuromusculaire elektrostimulatie vermindert vooral de subluxatie (gepoolde SMD -1,11 in acuut/subacuut CVA) maar niet consistent de pijn [9,10]; botulinumtoxine A verlicht spastische schouderpijn in kleine trials [15,16]; en de suprascapulaire zenuwblokkade geeft in de best opgezette trial een klinisch relevante pijndaling (number needed to treat 4) [19]. Taping vermindert pijn en subluxatie in meta-analyses van kleine studies, terwijl een mitella het onset van pijn hooguit uitstelt [21,23]. Deze preventieve kernboodschap en het per-oorzaak behandelen zijn concordant met de KNGF-richtlijn Beroerte, de RCP National Clinical Guideline for Stroke (2023) en de AHA/ASA-richtlijn voor stroke-revalidatie (2016).
| Kernaanbeveling | Claimtype | Zekerheid (tier) | Sterkte |
|---|---|---|---|
| Preventie vanaf dag 1: correcte positionering/handling, arm ondersteunen, schadelijke tractie vermijden | ORGANISATIE | M | Sterk |
| Behandel de dominante oorzaak per fase (subluxatie vs. spasticiteit vs. weke-delen vs. CRPS) | Beleid/consensus | M | Sterk |
| NMES/FES om subluxatie te verminderen (acuut/subacuut); niet primair als pijnbehandeling | Effectvergelijking | C | Zwak |
| Suprascapulaire zenuwblokkade overwegen bij aanhoudende pijn | Effectvergelijking | B | Zwak |
| Botulinumtoxine A bij aantoonbaar spastische (subscapularis-)component | Effectvergelijking | C | Zwak |
Dit deel is voor zorgprofessionals
De volledige Evidence-Based Guidance (Graded) lees je met een account voor zorgprofessionals. Het overzicht van alle aandoeningen blijft vrij toegankelijk.
- Per aandoening de volledige synthese, gegradeerd op bewijskracht.
- Eén account, direct toegang; verificatie van je BIG-nummer is alleen nodig als je patiënten wilt koppelen.
Ben je patiënt? Op de klachtpagina's staat dezelfde inhoud in gewone taal.