IMEG 4008

Revalidatie na schouderprothese

Nabehandeling van anatomische, reverse en hemi-schouderartroplastiek — fasering, immobilisatieduur, begeleidingsintensiteit, complicatieherkenning en uitkomstmeting

Auteur
R. van Schaik (fysiotherapie/manuele therapie)
DCSPH-diagnosecode
4001 · Art. humeri (inclusief weke delen): Gewrichten, uitgezonderd wervelkolom, meniscectomie, synovectomie

Indicatief, geen declaratie-advies. DCSPH is een declaratiecodelijst en onderscheidt onze aandoeningen niet altijd: verschillende documenten kunnen dezelfde code dragen. Welke code u declareert bepaalt u op grond van uw eigen bevindingen. Bron: Vektis-codelijst CL0024-ZN, geldig vanaf 1 januari 2025.

Deel A — Klinische evidence-synthese

Deel A is opgesteld om zelfstandig leesbaar en toepasbaar te zijn, zonder dat de lezer aanvullende informatie hoeft op te zoeken. De methodologische verantwoording staat in Deel B.

1. Samenvatting en kernaanbevelingen

In-tekstverwijzingen [n] verwijzen naar de genummerde bronnenlijst (Vancouver; DOI/PMID geverifieerd via PubMed). Bewijszekerheid is per uitkomst met GRADE beoordeeld en vertaald naar de zes-tier-ladder (S/A/B/C/M/X).

Revalidatie na een schouderprothese bepaalt mede het functionele eindresultaat, maar de bewijsbasis voor de exacte inhoud en intensiteit is opvallend dun: het meeste gepubliceerde materiaal bestaat uit beschrijvende protocollen met grote onderlinge variatie [1,2,6]. De weinige gerandomiseerde trials wijzen consistent één kant op — méér begeleiding is niet beter. Na een reverse prothese (rTSA) gaf vroege mobilisatie hetzelfde herstel als zes weken immobilisatie, zonder extra dislocaties [3]; een gestructureerd huisoefenprogramma deed niet onder voor intensieve poliklinische fysiotherapie [4], en de grote SHORT-trial (222 schouders) bevestigde dit met bovendien fors lagere kosten voor thuistherapie [5].

Kernboodschappen: bescherm de reconstructie in de eerste zes weken (sling, ROM binnen veilige grenzen), bouw daarna gefaseerd op naar actieve beweging en kracht [2,6]; kies de begeleidingsintensiteit op grond van patiëntfactoren in plaats van standaard intensieve PT [4,5]; en herken de belangrijkste complicaties tijdig — scapular notching, dislocatie, infectie en periprothetische of acromiale fractuur [7,8,9]. Deze gefaseerde, op maat afgestemde nabehandeling is concordant met de NL-richtlijn Schouderprothese (NOV/FMS 2021, module Postoperatieve fysiotherapie); de internationale evidence (Bullock 2019, JOSPT) bevestigt de grote protocolheterogeniteit.

Bewijsniveau:Ssystematisch zekerAhoogBmatigClaagMmechanistisch/consensusXonvoldoende/geen
KernaanbevelingGefaseerde nabehandeling met beschermfase (0-6 wk), dan AROM en kracht
ClaimtypeConsensus/beleid
Zekerheid (tier)M
SterkteSterk
KernaanbevelingNa rTSA: vroege mobilisatie is veilig en gelijkwaardig aan immobilisatie
ClaimtypeEffectvergelijking
Zekerheid (tier)C
SterkteZwak
KernaanbevelingGestructureerd huisprogramma gelijkwaardig aan intensieve formele PT
ClaimtypeEffectvergelijking
Zekerheid (tier)B
SterkteSterk
KernaanbevelingSystematische complicatiemonitoring (notching, dislocatie, infectie, fractuur)
ClaimtypeORGANISATIE
Zekerheid (tier)M
SterkteSterk

Dit deel is voor zorgprofessionals

De volledige Evidence-Based Guidance (Graded) lees je met een account voor zorgprofessionals. Het overzicht van alle aandoeningen blijft vrij toegankelijk.

  • Per aandoening de volledige synthese, gegradeerd op bewijskracht.
  • Eén account, direct toegang; verificatie van je BIG-nummer is alleen nodig als je patiënten wilt koppelen.
Inloggen of account aanmaken

Ben je patiënt? Op de klachtpagina's staat dezelfde inhoud in gewone taal.

Revalidatie na schouderprothese | Evidence-Based Guidance | Phantom Physio