Revalidatie na schouderprothese
Nabehandeling van anatomische, reverse en hemi-schouderartroplastiek — fasering, immobilisatieduur, begeleidingsintensiteit, complicatieherkenning en uitkomstmeting
- Auteur
- R. van Schaik (fysiotherapie/manuele therapie)
- DCSPH-diagnosecode
- 4001 · Art. humeri (inclusief weke delen): Gewrichten, uitgezonderd wervelkolom, meniscectomie, synovectomie
Indicatief, geen declaratie-advies. DCSPH is een declaratiecodelijst en onderscheidt onze aandoeningen niet altijd: verschillende documenten kunnen dezelfde code dragen. Welke code u declareert bepaalt u op grond van uw eigen bevindingen. Bron: Vektis-codelijst CL0024-ZN, geldig vanaf 1 januari 2025.
Deel A — Klinische evidence-synthese
Deel A is opgesteld om zelfstandig leesbaar en toepasbaar te zijn, zonder dat de lezer aanvullende informatie hoeft op te zoeken. De methodologische verantwoording staat in Deel B.
1. Samenvatting en kernaanbevelingen
In-tekstverwijzingen [n] verwijzen naar de genummerde bronnenlijst (Vancouver; DOI/PMID geverifieerd via PubMed). Bewijszekerheid is per uitkomst met GRADE beoordeeld en vertaald naar de zes-tier-ladder (S/A/B/C/M/X).
Revalidatie na een schouderprothese bepaalt mede het functionele eindresultaat, maar de bewijsbasis voor de exacte inhoud en intensiteit is opvallend dun: het meeste gepubliceerde materiaal bestaat uit beschrijvende protocollen met grote onderlinge variatie [1,2,6]. De weinige gerandomiseerde trials wijzen consistent één kant op — méér begeleiding is niet beter. Na een reverse prothese (rTSA) gaf vroege mobilisatie hetzelfde herstel als zes weken immobilisatie, zonder extra dislocaties [3]; een gestructureerd huisoefenprogramma deed niet onder voor intensieve poliklinische fysiotherapie [4], en de grote SHORT-trial (222 schouders) bevestigde dit met bovendien fors lagere kosten voor thuistherapie [5].
Kernboodschappen: bescherm de reconstructie in de eerste zes weken (sling, ROM binnen veilige grenzen), bouw daarna gefaseerd op naar actieve beweging en kracht [2,6]; kies de begeleidingsintensiteit op grond van patiëntfactoren in plaats van standaard intensieve PT [4,5]; en herken de belangrijkste complicaties tijdig — scapular notching, dislocatie, infectie en periprothetische of acromiale fractuur [7,8,9]. Deze gefaseerde, op maat afgestemde nabehandeling is concordant met de NL-richtlijn Schouderprothese (NOV/FMS 2021, module Postoperatieve fysiotherapie); de internationale evidence (Bullock 2019, JOSPT) bevestigt de grote protocolheterogeniteit.
| Kernaanbeveling | Claimtype | Zekerheid (tier) | Sterkte |
|---|---|---|---|
| Gefaseerde nabehandeling met beschermfase (0-6 wk), dan AROM en kracht | Consensus/beleid | M | Sterk |
| Na rTSA: vroege mobilisatie is veilig en gelijkwaardig aan immobilisatie | Effectvergelijking | C | Zwak |
| Gestructureerd huisprogramma gelijkwaardig aan intensieve formele PT | Effectvergelijking | B | Sterk |
| Systematische complicatiemonitoring (notching, dislocatie, infectie, fractuur) | ORGANISATIE | M | Sterk |
Dit deel is voor zorgprofessionals
De volledige Evidence-Based Guidance (Graded) lees je met een account voor zorgprofessionals. Het overzicht van alle aandoeningen blijft vrij toegankelijk.
- Per aandoening de volledige synthese, gegradeerd op bewijskracht.
- Eén account, direct toegang; verificatie van je BIG-nummer is alleen nodig als je patiënten wilt koppelen.
Ben je patiënt? Op de klachtpagina's staat dezelfde inhoud in gewone taal.