Glenohumerale artrose
Primaire glenohumerale artrose bij volwassenen — glenoidclassificatie, conservatief beleid, gewrichtssparende chirurgie en artroplastiekkeuze
- Auteur
- R. van Schaik (fysiotherapie/manuele therapie)
- DCSPH-diagnosecode
- 4023 · Art. humeri (inclusief weke delen): Artrose
Indicatief, geen declaratie-advies. DCSPH is een declaratiecodelijst en onderscheidt onze aandoeningen niet altijd: verschillende documenten kunnen dezelfde code dragen. Welke code u declareert bepaalt u op grond van uw eigen bevindingen. Bron: Vektis-codelijst CL0024-ZN, geldig vanaf 1 januari 2025.
Deel A — Klinische evidence-synthese
Deel A is opgesteld om zelfstandig leesbaar en toepasbaar te zijn, zonder dat de lezer aanvullende informatie hoeft op te zoeken. De methodologische verantwoording staat in Deel B.
1. Samenvatting en kernaanbevelingen
In-tekstverwijzingen [n] verwijzen naar de genummerde bronnenlijst (Vancouver; DOI/PMID geverifieerd via PubMed). Bewijszekerheid is per uitkomst met GRADE beoordeeld en vertaald naar de zes-tier-ladder (S/A/B/C/M/X).
Glenohumerale artrose is degeneratief kraakbeenverlies van het schoudergewricht, met pijn, bewegingsverlies (vooral exorotatie) en crepitatie. De glenoidmorfologie volgens Walch stuurt de behandelkeuze. Deze synthese beoordeelt conservatief beleid en injecties, gewrichtssparende arthroscopie bij jonge patiënten, anatomische totale schouderprothese (aTSA) versus hemiartroplastiek en reverse (rTSA) versus anatomische prothese bij een intacte rotatorenmanchet.
Kernboodschappen: begin conservatief (oefentherapie, NSAID's, gerichte injectie); bij falen is chirurgie aan de orde [6,7]. Wanneer een prothese wordt geplaatst, geeft de anatomische totale schouderprothese betere functie dan hemiartroplastiek (tier B) [9]. Bij een intacte manchet — vooral bij posterieure glenoidslijtage (B2/B3), stijve schouders en ouderen — geeft de reverse prothese minder revisies en complicaties bij vergelijkbare functie, ten koste van iets minder exorotatie (tier C) [10,11,13]. Bij jonge, actieve patiënten kan gewrichtssparende arthroscopie pijn verlichten en artroplastiek uitstellen (tier C) [8]. Deze conservatief-eerst-lijn en de prothesekeuze (aTSA boven hemiartroplastiek) zijn concordant met de NL-richtlijn Schouderprothese (NOV/FMS) en met de AAOS-CPG Glenohumerale artrose (2020); de fysiotherapeutische aanpak sluit aan bij de APTA-fysio-CPG (2023).
| Kernaanbeveling | Claimtype | Zekerheid (tier) | Sterkte |
|---|---|---|---|
| Conservatief (oefentherapie, NSAID, injectie) als eerste keuze | Effect | C | Sterk |
| Bij artroplastiek: aTSA boven hemiartroplastiek | Effectvergelijking | B | Sterk |
| Intacte cuff met B2/B3-glenoid of stijfheid: rTSA overwegen | Effectvergelijking | C | Zwak |
| Jong/actief: gewrichtssparende arthroscopie overwegen | Effect | C | Zwak |
Dit deel is voor zorgprofessionals
De volledige Evidence-Based Guidance (Graded) lees je met een account voor zorgprofessionals. Het overzicht van alle aandoeningen blijft vrij toegankelijk.
- Per aandoening de volledige synthese, gegradeerd op bewijskracht.
- Eén account, direct toegang; verificatie van je BIG-nummer is alleen nodig als je patiënten wilt koppelen.
Ben je patiënt? Op de klachtpagina's staat dezelfde inhoud in gewone taal.