IMEG 4006

Proximale humerusfractuur

Verplaatste proximale humerusfractuur bij volwassenen — classificatie, operatief vs. conservatief beleid, artroplastiekkeuze en revalidatie

Auteur
R. van Schaik (fysiotherapie/manuele therapie)
DCSPH-diagnosecode
4036 · Art. humeri (inclusief weke delen): Fracturen

Indicatief, geen declaratie-advies. DCSPH is een declaratiecodelijst en onderscheidt onze aandoeningen niet altijd: verschillende documenten kunnen dezelfde code dragen. Welke code u declareert bepaalt u op grond van uw eigen bevindingen. Bron: Vektis-codelijst CL0024-ZN, geldig vanaf 1 januari 2025.

Deel A — Klinische evidence-synthese

Deel A is opgesteld om zelfstandig leesbaar en toepasbaar te zijn, zonder dat de lezer aanvullende informatie hoeft op te zoeken. De methodologische verantwoording staat in Deel B.

1. Samenvatting en kernaanbevelingen

In-tekstverwijzingen [n] verwijzen naar de genummerde bronnenlijst (Vancouver; DOI/PMID geverifieerd via PubMed). Bewijszekerheid is per uitkomst met GRADE beoordeeld en vertaald naar de zes-tier-ladder (S/A/B/C/M/X).

De proximale humerusfractuur is een van de meest voorkomende osteoporotische fracturen, vooral bij oudere vrouwen na een laagenergetische val. De meeste fracturen zijn minimaal verplaatst en genezen goed conservatief. Deze synthese beoordeelt operatief versus conservatief beleid bij verplaatste fracturen, reverse schouderprothese (rTSA) versus conservatief bij complexe fracturen bij ouderen, de keuze van artroplastiektype en de revalidatietiming.

Kernboodschappen: bij de verplaatste fractuur door de chirurgische hals is er geen klinisch relevant functieverschil tussen operatie en conservatieve behandeling, terwijl operatie meer heringrepen geeft — conservatief is de redelijke eerste keuze (tier B) [1,2,4,5]. Bij 3- en 4-part-fracturen bij (hoog)bejaarden is het kortetermijnresultaat van rTSA en conservatieve behandeling grotendeels gelijk (behalve minder pijn na rTSA); op de lange termijn kan rTSA licht gunstiger uitpakken doordat het conservatieve resultaat verslechtert (tier C) [6,7]. Als voor artroplastiek wordt gekozen, geeft rTSA betere functie dan hemiartroplastiek (tier C) [9], terwijl rTSA en plaatosteosynthese qua kosten/kwaliteit vergelijkbaar zijn [10,11]. Vroege, pijngeleide mobilisatie verdient de voorkeur bij minimaal verplaatste fracturen (tier B) [4]. Deze conservatief-eerst-lijn is concordant met de NVvT-richtlijn (trauma.nl) en met de internationale NICE-richtlijn NG38 (aanbeveling 22).

Bewijsniveau:Ssystematisch zekerAhoogBmatigClaagMmechanistisch/consensusXonvoldoende/geen
KernaanbevelingVerplaatste surgical-neck-fractuur: conservatief als eerste keuze
ClaimtypeEffectvergelijking
Zekerheid (tier)B
SterkteSterk
Kernaanbeveling3-4 part bij ouderen: rTSA selectief, in gedeeld besluit
ClaimtypeEffectvergelijking
Zekerheid (tier)C
SterkteZwak
KernaanbevelingBij artroplastiek: rTSA boven hemiartroplastiek
ClaimtypeEffectvergelijking
Zekerheid (tier)C
SterkteZwak
KernaanbevelingVroege pijngeleide mobilisatie (minimaal verplaatst)
ClaimtypeEffectvergelijking
Zekerheid (tier)B
SterkteZwak vóór

Dit deel is voor zorgprofessionals

De volledige Evidence-Based Guidance (Graded) lees je met een account voor zorgprofessionals. Het overzicht van alle aandoeningen blijft vrij toegankelijk.

  • Per aandoening de volledige synthese, gegradeerd op bewijskracht.
  • Eén account, direct toegang; verificatie van je BIG-nummer is alleen nodig als je patiënten wilt koppelen.
Inloggen of account aanmaken

Ben je patiënt? Op de klachtpagina's staat dezelfde inhoud in gewone taal.

Proximale humerusfractuur | Evidence-Based Guidance | Phantom Physio