Schouderinstabiliteit (anterieur / multidirectioneel)
Traumatisch-structurele en atraumatische/multidirectionele instabiliteit — diagnostiek, classificatie en operatief vs. conservatief beleid
- Auteur
- R. van Schaik (fysiotherapie/manuele therapie)
- Doelgroep
- huisartsen, (sport)fysiotherapeuten, manueel therapeuten, orthopedisch chirurgen, en studenten/aios in opleiding.
- DCSPH-diagnosecode
- 4032 · Art. humeri (inclusief weke delen): Luxatie (sub-)
Indicatief, geen declaratie-advies. DCSPH is een declaratiecodelijst en onderscheidt onze aandoeningen niet altijd: verschillende documenten kunnen dezelfde code dragen. Welke code u declareert bepaalt u op grond van uw eigen bevindingen. Bron: Vektis-codelijst CL0024-ZN, geldig vanaf 1 januari 2025.
Deel A — Klinische evidence-synthese
Deel A is opgesteld om zelfstandig leesbaar en toepasbaar te zijn, zonder dat de lezer aanvullende informatie hoeft op te zoeken. De methodologische verantwoording, zoekstrategie, GRADE-beoordeling en procesreflectie staan gebundeld in Deel B.
1. Samenvatting en kernaanbevelingen
In-tekstverwijzingen [n] verwijzen naar de genummerde bronnenlijst (Vancouver; DOI/PMID geverifieerd via PubMed). Bewijszekerheid is per uitkomst met GRADE beoordeeld en vertaald naar de zes-tier-ladder (S/A/B/C/M/X).
Schouderinstabiliteit omvat symptomatisch verlies van glenohumerale centrering — (sub)luxatie of apprehensie — traumatisch-structureel (bv. Bankart-laesie) of atraumatisch/multidirectioneel bij capsulaire laxiteit. Deze synthese beoordeelt operatief vs. conservatief, immobilisatiepositie en revalidatie.
Kernboodschappen: bij jonge, actieve patiënten met traumatische anterieure instabiliteit verlaagt operatieve stabilisatie het recidief sterk (tier B); immobilisatie in externe rotatie wordt door tegenstrijdig bewijs niet duidelijk ondersteund (tier C); gestructureerde (neuromusculaire) revalidatie is eerstelijn bij atraumatische/multidirectionele instabiliteit (tier C).
| Kernaanbeveling | Zekerheid (tier) | Sterkte |
|---|---|---|
| Overweeg operatieve stabilisatie bij jonge, actieve patiënten met traumatische anterieure instabiliteit. | B | Zwak-matig vóór |
| Kies conservatieve revalidatie bij atraumatische/multidirectionele instabiliteit of lagere functionele eisen. | C | Zwak/conditioneel |
| Gebruik geen routinematige externe-rotatie-immobilisatie (tegenstrijdig bewijs). | C | Geen voorkeur |
| Bied neuromusculaire revalidatie boven standaard oefentherapie waar conservatief beleid passend is. | C | Zwak vóór |
| Meet uitkomst met WOSI en registreer recidief/apprehensie als klinische eindpunten. | C | Sterk (praktijk) |
Dit deel is voor zorgprofessionals
De volledige Evidence-Based Guidance (Graded) lees je met een account voor zorgprofessionals. Het overzicht van alle aandoeningen blijft vrij toegankelijk.
- Per aandoening de volledige synthese, gegradeerd op bewijskracht.
- Eén account, direct toegang; verificatie van je BIG-nummer is alleen nodig als je patiënten wilt koppelen.
Ben je patiënt? Op de klachtpagina's staat dezelfde inhoud in gewone taal.