Frozen shoulder (capsulitis adhaesiva)
Idiopathische en secundaire adhesieve capsulitis — diagnose, gefaseerd beloop en conservatief beleid
- Auteur
- R. van Schaik (fysiotherapie/manuele therapie)
- Doelgroep
- huisartsen, (sport)fysiotherapeuten, manueel therapeuten, orthopedisch chirurgen, en studenten/aios in opleiding.
- DCSPH-diagnosecode
- 4021 · Art. humeri (inclusief weke delen): Bursitis (niet traumatisch) / capsulitis
Indicatief, geen declaratie-advies. DCSPH is een declaratiecodelijst en onderscheidt onze aandoeningen niet altijd: verschillende documenten kunnen dezelfde code dragen. Welke code u declareert bepaalt u op grond van uw eigen bevindingen. Bron: Vektis-codelijst CL0024-ZN, geldig vanaf 1 januari 2025.
Deel A — Klinische evidence-synthese
Deel A is opgesteld om zelfstandig leesbaar en toepasbaar te zijn, zonder dat de lezer aanvullende informatie hoeft op te zoeken. De methodologische verantwoording, zoekstrategie, GRADE-beoordeling en procesreflectie staan gebundeld in Deel B.
1. Samenvatting en kernaanbevelingen
In-tekstverwijzingen [n] verwijzen naar de genummerde bronnenlijst (Vancouver; DOI/PMID geverifieerd via PubMed). Bewijszekerheid is per uitkomst beoordeeld met GRADE en vertaald naar de zes-tier-ladder (S/A/B/C/M/X).
Frozen shoulder (capsulitis adhaesiva) is een veelal zelflimiterende maar langdurig invaliderende aandoening met pijn en progressief verlies van zowel actieve als passieve glenohumerale beweeglijkheid in een capsulair patroon (relatief sterk verlies van exorotatie). Het beloop verloopt klassiek in drie elkaar overlappende fasen (pijnlijk/“freezing”, stijf/“frozen”, herstellend/“thawing”) en herstelt doorgaans over maanden tot enkele jaren; een deel houdt restbeperkingen [22,23].
De kern van het beleid is educatie en geruststelling over het (gunstige) natuurlijke beloop, gecombineerd met gedoseerde oefentherapie/mobilisatie en adequaat pijnmanagement. Een intra-articulaire corticosteroïdinjectie is de best onderbouwde optie voor kortetermijn-pijnverlichting, vooral in de pijnlijke fase; het effect is tijdgebonden. Hydrodilatatie voegt boven een corticosteroïdinjectie weinig toe — het corticosteroïd is het werkzame bestanddeel.
De onderstaande kernaanbevelingen vatten Deel A samen. Bewijszekerheid (tier) en aanbevelingssterkte worden gescheiden weergegeven (drie-assen-model). Sterktes zijn conceptvoorstellen tot multidisciplinaire toetsing en externe peer review zijn doorlopen.
| Kernaanbeveling | Zekerheid (tier) | Sterkte |
|---|---|---|
| Geef educatie en geruststelling over het gefaseerde, doorgaans zelflimiterende beloop. | C | Sterk (praktijk) |
| Bied oefentherapie/mobilisatie als conservatieve basisbehandeling, gedoseerd op weefselreactiviteit (irritability-niveau) en fase. | C | Zwak vóór |
| Overweeg een intra-articulaire corticosteroïdinjectie voor kortetermijn-pijn (vooral pijnlijke fase). | B | Zwak-matig vóór |
| Combineer de corticosteroïdinjectie met aansluitende oefentherapie/mobilisatie. | C | Zwak-voorwaardelijk |
| Gebruik hydrodilatatie niet routinematig boven corticosteroïdinjectie; het steroid drijft het effect. | C | Zwak/conditioneel |
| Meet uitkomst gestandaardiseerd met de SPADI-D en passieve exorotatie (ROM). | C | Sterk (praktijk) |
Dit deel is voor zorgprofessionals
De volledige Evidence-Based Guidance (Graded) lees je met een account voor zorgprofessionals. Het overzicht van alle aandoeningen blijft vrij toegankelijk.
- Per aandoening de volledige synthese, gegradeerd op bewijskracht.
- Eén account, direct toegang; verificatie van je BIG-nummer is alleen nodig als je patiënten wilt koppelen.
Ben je patiënt? Op de klachtpagina's staat dezelfde inhoud in gewone taal.