Thoracic outlet syndroom: beknelde zenuwen bij de hals
Pijn, tintelingen of een moe, zwaar gevoel in je arm en hand zijn lastig en soms zorgelijk, vooral als het erger wordt zodra je je arm omhoog houdt.
Wat is het?
Bij het thoracic outlet syndroom (TOS) raken zenuwen, en soms bloedvaten, bekneld in de smalle ruimte tussen je hals en je arm. De meest voorkomende vorm is de neurogene vorm, waarbij vooral zenuwen in de knel zitten. Je kunt pijn, tintelingen of een moe, zwaar gevoel in je arm en hand krijgen, vaak erger als je je arm omhoog houdt of langere tijd boven je hoofd werkt. Je houding, veel bovenhands werken of sporten en soms een oud nekletsel kunnen meespelen.
Is het ernstig?
De vorm waarbij zenuwen bekneld zijn, is meestal niet gevaarlijk, al kunnen de klachten wel hardnekkig zijn en om geduld vragen. Er is ook een zeldzamere vorm waarbij een bloedvat in de knel zit, en die vraagt wél snelle hulp.
Wanneer bel ik mijn huisarts?
Neem spoedig contact op met je huisarts als je arm plotseling dik en blauw wordt, of juist bleek, koud en pijnlijk. Dat kunnen tekenen zijn dat een bloedvat in de knel zit, en dat moet snel worden beoordeeld.
Hoe lang duurt het?
Eerlijk is eerlijk: dit kan een klacht zijn die aanhoudt en wisselt, en die geduld vraagt. Oefentherapie helpt lang niet altijd meteen, en het is vooraf moeilijk te voorspellen bij wie het goed aanslaat. Uit onderzoek bleek dat ongeveer 1 op de 4 mensen voldoende verbetert met alleen oefentherapie; bij de rest is meer nodig, en bij ongeveer 6 op de 10 volgt op termijn een operatie. Een rustige, volgehouden opbouw geeft de beste kans.
Wat kan ik doen?
De behandeling begint bijna altijd met oefentherapie. Daarbij werk je aan je houding, aan de beweeglijkheid van je hals en schouder en aan de kracht rond je schouderblad, en bouw je rustig op, met uitleg over hoe pijn werkt. Dit vraagt geduld en helpt niet altijd meteen. Een operatie komt pas in beeld als oefentherapie onvoldoende helpt én de diagnose duidelijk is. Een medicijn dat in de spier wordt gespoten om de pijn te dempen, blijkt niet goed te werken en wordt daarom niet standaard gebruikt.
Lukt het oefenen even niet, of zie je nog weinig verandering? Dat is niet erg, je fysiotherapeut helpt je op weg en past het programma aan. Een goede eerste stap: maak een afspraak met je fysiotherapeut voor een oefenprogramma en let deze week bewust op je houding.
Het vraagt geduld, maar met een rustige, volgehouden aanpak kun je stap voor stap vooruitgang boeken.
Zelf aan de slag
Voor je fysiotherapeut
Bekijk de onderbouwing (Evidence-Based Guidance)Dit is algemene uitleg. Heb je klachten? Praat dan met je fysiotherapeut of dokter.
Geschreven door Rik van Schaik, fysiotherapeut en manueel therapeut, BIG-nummer 59909785704. Gebaseerd op Evidence-Based Guidance IMEG 3101.